Margreet staat onder grote spanning, alsof ze in spagaat staat.
Ze voelt zich uit elkaar getrokken. Aan de ene kant trekt haar moeder Sjaan voor wie ze al jaren zorgt en aan de andere kant sjort haar echtgenoot Ad. Ze kan het nooit goed doen. Ze scheurt bijna in tweeën.

Margreet zorgt al jaren voor haar moeder Sjaan. Sjaan woont zelfstandig en lijdt aan Alzheimer. Ze is vergeetachtig en verward. De mantelzorg en de Alzheimer ontstonden sluipenderwijs. Margreet woont in dezelfde buurt en is twee dagen in de week vrij. Natuurlijk hielp ze haar moeder met het ordenen van zaken. Ze is immers in de gelegenheid. Natuurlijk ging ze eens mee naar het ziekenhuis, want anders wist Sjaan niet meer hoe of wat. Sjaan en Margreet hebben het samen ook goed. Ze hebben dezelfde humor en lachen helpt hen om met alle sores om te gaan. Margreet voelt zich al haar hele leven sterk verbonden met haar moeder en vindt het fijn om wat terug te kunnen doen. Van één uurtje werden het er twee. Van één dag werden het er drie. Nu hoor je vast de 'maar’ in dit verhaal al aankomen.

Margreet slaapt de laatste tijd slecht. Ze is prikkelbaar en valt nogal eens uit tegen Ad, haar man. Ze ontwijkt hem het liefst, dan barst de bom niet zo snel. Ad moppert dat Margreet zo vaak de deur uit is. Hij voelt zich tekort gedaan en maakt zich zorgen. Margreet is zo moe. Ook het werk valt haar zwaar. Het laatste jaar heeft ze zich, tegen al haar principes in, drie keer ziek gemeld.

>Margreet klopt aan bij de casemanager dementie, op aanraden van haar huisarts, omdat deze haar niet weer slaaptabletten wil voorschrijven. ‘Gaat u maar eens praten en beter voor uzelf zorgen’. Ja lekker makkelijk, denkt Margreet. Hij zegt niet hoe. Hij zorgt niet voor Sjaan. Ik wel. Praten lost niks op.

Toch ziet de casemanager dit anders. Ze toont begrip, stelt open vragen en maakt een genogram. Zo ontstaat een helder overzicht van de betrokken familie. Een moeder met Alzheimer raakt immers het hele familiesysteem. Margreet heeft een zus Ien, die 90 km verderop woont. En een broer Kees en schoonzus in dezelfde stad. ‘Maar ja, die kan ik niks vragen. Mijn schoonzus heeft reuma en mijn broer helpt haar al zoveel.’ ‘En je zus Ien?’ Vraagt de consulent. ‘Mijn zus?? Die doet nooit wat voor mijn moeder. Ze hebben niet zo’n hechte band. Ze is blij dat ze zover weg woont. Ik sta er heus alleen voor.’ ‘En hoe is het eigenlijk met je man Ad?‘ Wat een vragen. Margreet barst in huilen uit. Ze schaamt zich en voelt zich tekort schieten naar haar man. Het gaat zo niet langer. En als Margreet het niet meer trekt, moet Sjaan opgenomen worden. Dus moet ze wel door. Al is het op haar tandvlees. Margreet zit gevangen in een eindeloze cirkel.

De casemanager stelt voor om eens met de hele familie in gesprek te gaan, ter doorbreking van de cirkel en vastgeroeste patronen. Dat is even slikken. Zo gaan twee weken later broer Kees en schoonzus, zus Ien, Ad en Margreet met de consulent samen om de tafel.

Het doel van het familiegesprek is mogelijkheden vinden om te zorgen dat Sjaan thuis kan wonen. Daar staat iedereen achter. Sjaan blijft thuis is de bal waar alles om draait. Dit geeft focus aan het gesprek. Ze spreken af dat ieder zijn zegje kan doen in dit gesprek en de ander uit laat spreken. Emoties mogen er zijn. In het begin kijken ze naar de casemanager, maar zij nodigt iedereen steeds uit om de dingen tegen elkaar te zeggen. Ze laat de familie het werk doen. Zo nodig onderbreekt ze, vat ze samen of stelt ze een onderliggende vraag. Ze stelt haar oordeel uit. Margreet geeft aan dat ze op is en dat ze zich alleen voelt. Kees wordt boos. Ien schrikt. Ze zijn niet gewend emoties met elkaar te delen en zich open en kwetsbaar op te stellen. Ien zegt dat ze graag vaker zou komen, maar dat ze het idee heeft dat ze niet welkom is. In de loop van het gesprek botsen ze wat. De consulent richt de aandacht op wat wel mogelijk is, en wat de draagkracht van het familiesysteem vergroot. En steeds meer zoeken ze met elkaar. Ze ervaren dat ze met elkaar verbonden zijn, bij elkaar horen en samen staan voor deze lastige klus. Broer Kees blijkt bereid op vrijdag een aantal klussen te doen en die dag zou Margreet tijd voor zichzelf kunnen nemen. Ook Ad wil een avond naar zijn schoonmoeder en hij wil één keer in de maand met Margreet uit eten, omdat ze daar allebei zo van genieten. ’Hé vrouw: ons laatste etentje, hoe lang is dat al niet geleden?' 'Hadden we toen nog oppas nodig?’. De lucht is geklaard. Ze voelen zich meer thuis bij elkaar. Er is saamhorigheid en energie. Hoop op een betere toekomst, waar ieder zijn haalbare deel neemt en erkend wordt. Sjaan kan veilig thuis blijven wonen.

Ook de casemanager-dementie voelt de spanning van zich afglijden. Ze had tegen dit familiegesprek opgezien. Ze is verrast door wat zich afspeelde. Ze is voldaan, hiervoor doet ze dit werk. Minder hard werken, meer naar achter leunen en de bal terugspelen waar hij hoort: bij de familie. Dit proeft naar meer.

Loyaliteit:

Als mens leven we in groepen en gemeenschappen. We hebben elkaar nodig om te overleven.
Om te zorgen dat het systeem blijft bestaan is loyaliteit noodzakelijk. De familie waarin we geboren worden is de eerste groep waarin we leren over verbinden en trouw of loyaal zijn.

Margreet en loyaliteit:

Margreet is zeer loyaal aan haar moeder. Dit gaat ten koste van de loyaliteit aan Ad haar man. Dat wringt. Doordat Margreet als het ware vast zit aan haar moeder, is er voor man Ad weinig ruimte.

Als ze loyaler zou zijn aan zichzelf en aan haar man, dan zou ze flexibeler kunnen zijn. Ook naar haar moeder. Dan zou ze in vrijheid keuzes kunnen maken en komt ze los van de gespannen spagaat.

Als Margreet leert om plaats te maken, een stapje achteruit te doen geeft ze zus Ien meer erkenning en ruimte. Het familiesysteem komt zo meer op orde. Geven en nemen komen beter in balans. En dat geeft een gezonde en duurzame situatie.

Het zou ook bij Ien kunnen beginnen. Als Ien haar plaats meer inneemt als dochter en zus, en letterlijk haar eigen plek inneemt, zal Margreet als vanzelf een stapje terug gaan.

Als we de ander willen veranderen, moeten we sjorren en duwen en volgen we niet de natuurlijke principes. Verandering begint bij onszelf. Als ik beweeg heeft dit invloed op de ander, ik nodig de ander als het ware uit. Dat gaat van nature zo.

Loyaliteit definitie:

De definitie van loyaliteit is trouw aan een verplichting of verbintenis.

Een onverbrekelijke band over fysieke, geografische en psychologische scheidingen heen.

Trouw zijn aan de mensen die iets voor je betekenen.

Loyaliteit heeft als doel:

recht te hebben om lid te zijn van de familie en deze in ere te houden;

de balans tussen geven & nemen in evenwicht te brengen;

het familiesysteem compleet te houden;

de rangorde van het systeem/ de groep te beschermen.

Verticale loyaliteit:

Verticale loyaliteitsrelaties zijn relaties waarin ongelijke rollen leiden tot ongelijke uitwisseling van verdiensten. Zoals in ouder-kind relaties. Ouders en kinderen zijn verbonden door existentiële loyaliteit, die gebaseerd is op het feit dat een kind het leven heeft gekregen van de ouders. De loyaliteit kan versterkt worden door alles wat de ouder doet voor het kind of het kind voor de ouder.

Tussen de elkaar volgende generaties zijn verticale loyaliteitsbanden. De asymmetrische, onomkeerbare relaties tussen grootouders, ouders en kinderen.

Horizontale loyaliteit:

Horizontale loyaliteit speelt in een relatie waar sprake is van een gelijke uitwisseling, zoals in een partnerrelatie of vriendschapsrelatie. Relaties waarin de betrokkenen op voet van gelijkheid staan, waar wederzijdse rechten en plichten ontstaan. Deze loyaliteiten missen het onomkeerbare van een ouder-kind relatie. Verdiensten zijn omkeerbaar; geven en nemen is in balans. Als de uitwisseling van geven & nemen niet gerespecteerd wordt, ontstaat disbalans en relationele onrechtvaardigheid.

Gezonde verticale loyaliteit is de basis van de ontwikkeling van gezonde horizontale loyaliteit. Is de verticale loyaliteit niet in orde dan is iemand niet in staat om van binding tot verbinding te komen.

Binding wil zeggen dat je vastzit, het is onvrij. Bij verbinding zit er rek en beweging in.

Als een zoon de plek van de vader inneemt of een dochter de plek van de moeder inneemt geeft dit ‘gedoe’: de natuurlijk ordening wordt verstoord. Het is niet in orde, ‘het klopt niet’. Kinderen doen dit niet bewust, het gebeurt omdat de plek onbezet is, omdat de ouder de eigen plek niet inneemt.

Een cliënt-professional relatie is horizontaal: tijdelijk, ‘gekozen’. Een cliënt-familie relatie is gegeven en blijvend, existentieel.

Vervorming van loyaliteit:

Gespleten loyaliteit, Triangulatie: Keuze voor de een wordt een keuze tegen de ander: een pijnlijke scheur. Bijvoorbeeld een kind dat moet kiezen tussen vader of moeder.

Overdreven loyaliteit: De loyaliteit leidt tot afbraak van de autonomie. Het effect kan tevoorschijn komen bij het ingaan van een nieuwe levensfase; Een kind gaat bijvoorbeeld zelfstandig wonen en wordt door ouders als deloyaal gezien.
Of een kind dat thuis blijft wonen, gaat geen verbintenis aan met anderen en blijft volledig beschikbaar voor de ouder(s).

Parentificatie: Als er te veel van een kind gevraagd wordt en het kind hier te weinig voor terugkrijgt van ouders, kan in extreme gevallen sprake zijn van parentificatie.
Parentificatie wil zeggen dat een kind langdurig de rol van ouder op zich neemt met de bijbehorende taken en verantwoordelijkheden. Het gaat erom dat de zorg langdurig ‘ongepast’ is. Ongepast in de zin van niet passend bij de leeftijd en de cultuur van het kind en schadelijk voor de ontwikkeling.

Onzichtbare loyaliteit - uitsluiting: De loyaliteit wordt miskend. Iemand hoort er niet bij.
Bijvoorbeeld een familielid dat anders is en waar de familie niet over spreekt, alsof iemand niet bestaat. Dit is zeer beklemmend en werkt als een keten en verhindert wederkerigheid.

Wil je meer lezen over het begeleiden van familiegesprekken, samenredzaamheid of systemisch werk? : systemisch werken> of
samenredzaamheid.

geplaatst door : Mieke Degenaar begeleider van professionals en organisaties.