Lieve zorgt voor haar man, Pieter. In 2008 werd bij Pieter dementie vastgesteld. De ziekte evolueerde langzaam, tot 2015. Nu woont hij in een woonzorgcentrum en herkent hij zijn kinderen, kleinkinderen en vrouw niet meer. Toch zal Lieve er altijd zijn voor Pieter, elke dag opnieuw! Hoe houdt ze het vol? Wij stelden haar onze acht mantelzorgvragen.

Hoe ben je mantelzorger geworden?
“Omdat Pieter dingen begon te vergeten, heeft hij in 2007 zelf naar een onderzoek gevraagd. Pas in 2008 werd de diagnose dementie gesteld. In het begin was het een langzaam proces. We deden nog veel dingen samen, zoals winkelen, fietsen, kaarten en samen boeken beluisteren. Maar stilletjes aan werd alles veel moeilijker voor Pieter. Hij had het moeilijk om mensen te herkennen die we op straat tegenkwamen. Nadien vroeg hij dan: wie was dat?”

“Begin 2015 verslechterde zijn toestand. Pieter was altijd een zeer verzorgde man, maar plots stopte hij met het poetsen van zijn tanden en waste hij zich niet meer. Enkele maanden had hij opeens moeite met lopen en kreeg hij hevige hoofdpijn. Een ziekenhuisopname volgde. Toen hij thuiskwam was alles vreemd voor hem. Hij wou steeds terug naar Kastel, zijn geboortedorp. Wanneer hij enkele minuten alleen was op de slaapkamer, waagde hij zich aan een ontsnappingspoging. Hij was over de omheining van het terras geklommen en stond op het terras drie appartementen verder. Hem thuis verzorgen werd een echte uitdaging. In de zomer van 2015 heb ik samen met de kinderen besloten om Pieter te laten opnemen in een woonzorgcentrum.”

Hoe ervaar je de zorg?
“In het begin piekerde Pieter vaak en was hij vaak verdrietig. Ik was bang dat hij depressief ging worden, maar dat gebeurde niet. Hij zei regelmatig: ik vergeet wel veel, maar dat doet gelukkig geen pijn. Vroeger ging hij vaak wandelen, altijd dezelfde weg van acht kilometer. Op een dag was hij verkeerd gelopen, nadien gingen vrienden of mensen van de thuiszorg met hem op stap. Het is moeilijk om iemand waar je lief en leed mee deelt zo te zien veranderen.”

“Toen hij zijn thuis niet meer herkende deed dat pijn, maar het deed nog meer pijn toen hij stilletjes aan zijn kinderen, kleinkinderen en uiteindelijk ook mij niet meer herkende. Toen Pieter werd opgenomen in het woonzorgcentrum, ging ik meerdere keren per dag langs. Ik was er elke avond tot hij in bed lag. Ik heb nu beslist om ’s avonds niet meer langs te gaan. Dat was moeilijk, maar ik voelde dat het me allemaal wat teveel werd. Iedereen was blij met mijn beslissing.”

“Als ik thuis ben, heb ik het vaak moeilijk. Ik ben de man kwijt die ik heel graag zie en ik voel me alleen. In het weekend heb ik het het moeilijkst. Veel vrienden nemen geen contact meer met me op en dat doet pijn. Gelukkig heb ik wel een groepje vriendinnen die met me begaan zijn. En ik heb ook schatten van kinderen en kleinkinderen.”

Wat zijn de mooie momenten?
“Pieter is altijd een goedlachse man geweest en gelukkig is dat nu ook nog het geval. En ik merk dat hij zich wel op zijn gemak voelt in het woonzorgcentrum, dat doet deugd. Ik ben ook blij dat ik iets heb gevonden om hem rustig te houden: een voel- of snoezelschort. Dat is een schort waar allerlei dingetjes op worden bevestigd: knuffels, lintjes, sponsjes, kralen, etc. Ik heb er al vijf zelfgemaakt. Het is belangrijk dat de schort verschillende texturen heeft waar Pieter aan kan voelen. Als hij zijn voelschort om heeft, blijft hij heel de dag rustig.”

“Vroeger hebben we nooit Valentijn gevierd, maar dit jaar kreeg ik een Valentijnskaartje van Pieter in de bus. Ik weet dat het verplegend personeel van het woonzorgcentrum hiervoor heeft gezorgd, maar het deed toch deugd.”

Wat zijn de moeilijke momenten?
“Het moment waarop we moesten beslissen of Pieter werd opgenomen in een woonzorgcentrum was een van de moeilijkste dingen die ik ooit heb gedaan! Toen de huisdokter voorstelde om hem te laten opnemen, ben ik samen met de kinderen rusthuizen gaan bezoeken. Dat was enorm confronterend. Bij het buitengaan, kregen we telkens een krop in de keel. Tot tweemaal toe werd er een kortverblijf vastgelegd, maar ik kon het niet.”

“Uiteindelijk hebben we samen de knoop doorgehakt. In de zomer van 2015 hebben mijn zoon en kleinzoon Pieter binnengebracht bij het woonzorgcentrum. De eerste maanden waren bijzonder moeilijk voor hem en voor ons. Nu is hij rustiger. Maar het doet nog steeds pijn dat hij mij niet meer herkent. Soms vraagt hij wel: waar is mijn vrouw? En dan zeg ik: ah, ze zit naast je Pieter.”

Wat doe je om te ontspannen?
“Ik ga regelmatig naar een praatcafé, maar enkel als het thema me aanspreekt. Vrijdag, in de vroege middag, ga ik naar een koffieochtend voor vrouwen en in de namiddag spreek ik af met vriendinnen. Daar kijk ik telkens naar uit. Zo kan ik mijn zinnen eens verzetten. Televisie kijken en soms eens een spelletje op de computer spelen, vind ik ook ontspannend. Binnenkort verhuis ik naar een serviceflat, daar ben ik nu druk mee bezig. Alles sorteren en inpakken vergt wel wat tijd.”

Hoe hou je de balans tussen de zorg, je hobby’s en je familieleven?
“Ik bezoek Pieter nog elke dag. En wanneer ik verhuis naar de serviceflat zal ik nog dichter bij Pieter wonen, dat is een pluspunt. Ik probeer ook regelmatig een optreden mee te pikken van mijn kinderen en kleinkinderen, zij zingen allemaal in een koor. Ik slaag er dus wel in om de bezoekjes aan Pieter te combineren met andere dingen. Ik heb één duidelijke tip: blijf naar buiten gaan en omring je met mensen bij wie je altijd en voor alles terechtkunt, ook met je verdriet.”

Bron: ma-zo.be en mijngezondheidsgids.nl