Aan eerdere inzenders in de webkrant:
Ook ik heb je verhaal gelezen en dat van anderen.
Dit overkwam mij:

In november 2005 werd bij mijn vader een darmtumor ontdekt, deze werd in 't ziekenhuis succesvol verwijderd. Volgens de chirurg had men tijdig kunnen ingrijpen, waren onderliggende huidlagen niet aangetast en was er geen sprake van een kwaadaardige vorm van kanker.
Aangezien ik enig kind ben en mijn moeder in 2000 reeds is overleden, had ik mij grote zorgen gemaakt om mijn vader. Hij was al jaren diabetes-patient en hij droeg daarvoor een insulinepomp.
Alles scheen in orde met de gezondheid van mijn vader, totdat hij in april 2006 enorme buikpijn kreeg en naar het ziekenhuis werd gebracht voor onderzoek. Er werd toen kanker (uitzaaiingen van darmkanker) ontdekt in de linker long; de onderste kwab met de tumor werd in mei 2006 verwijderd in het UMCG. Hiervan herstelde hij gestaag en ik had zorgverlof opgenomen om er voor mijn vader te zijn in deze periode. Zorgverlof mag echter niet te lang duren, dus ‘kocht’ ik daarnaast verlofdagen, welke werden verrekend met mijn eindejaarstoeslag.

Op 16 juli 2006 moest ik mij ziek melden omdat de emotionele belasting te groot werd. Alles draaide om de keuze óf te zorgen voor mijn vader, óf die zorg aan anderen over te laten en mijn werk hervatten. Ik vond het absoluut noodzakelijk om bij mijn vader te zijn; sommige dingen kun je slechts één keer doen in het leven en die dingen kun je beter goed doen.
Daarnaast was ik zwaar aangeslagen door het hele gebeuren rond de ziekenhuisopnames van mijn vader. In december 2006 ontdekte men bij mijn vader uitzaaiingen van darmkanker in enkele ruggenwervels en ribben. Er werd ons toen in het ziekenhuis gezegd, dat hij niet meer beter zou worden. De wereld stond even stil...

Halve dagen werken en verder voor mijn vader zorgen was een goede oplossing, totdat mijn vader begin augustus 2007 niet meer uit bed kon vanwege de hevige rugpijn. Mijn vader begon aan een chemokuur in de vorm van Xeloda-tabletten en pijnbestrijding middels morfine. Ik diende hem op aanwijzingen van het ziekenhuis zijn medicatie toe en hield zijn bloedsuiker op pijl door zijn insulinepomp bij te stellen.

Al snel werd ik continue gebeld door mijn werkgever en gesommeerd aan het werk te gaan. Ik kwam toen al geruime tijd regelmatig bij een psycholoog met wie ik mijn gevoelens en angsten kon bespreken. Maandelijks werd ik gezien door een arbo-arts van Ardyn, deze had steeds het volste begrip voor mijn problemen en ziektemelding.
Op 26 september 2007, terwijl mijn vader aan zijn rug werd geopereerd, moest ik mijn dochter in de wachtkamer van het ziekenhuis achterlaten voor een afspraak met een, tot dan toe, onbekende arbo-arts.
Deze vond mijn ziekteverzuim onaanvaardbaar en suggereerde dat er tehuizen voor stervenden bestaan en ik maar gauw weer moest gaan werken.
Mijn vader overleed in de vroege ochtend van 4 oktober 2007.

Daarna viel ik in een zwart leeg gat en de problemen bleven zich aandienen en ik kreeg niet de kans alles te verwerken.
Sinds medio augustus 2008 heb ik nu een conflict met mijn werkgever, die zegt geen werkplek meer voor mij te hebben.
Inmiddels is twee keer mijn ontslag aangevraagd, zonder succes overigens, maar werk is er nog steeds niet voor mij en ik voel me alsof ik nog iedere dag gestraft word.
Ik koos ervoor om mijn vader te verzorgen in zijn laatste levensfase; die keuze mag je kennelijk in deze maatschappij niet maken.
Kiezen voor 'menselijkheid' mag gewoonweg niet. Je moet een machine zijn in een productiemaatschappij.

Bea H.