Op een van de laatste pagina’s van het boek “Dat doe je gewoon” van Cornelie van Well kwam ik een metafoor tegen die me erg raakte en mij een belangrijk duwtje gaf. Voordat ik inga op dit duwtje vertel ik iets meer over het boek en deze metafoor.

Het boek “Dat doe je gewoon” is door Cornelie van Well samengesteld uit allerlei verhalen uit de dagelijkse praktijk van mantelzorgers. Ik haalde veel uit dit boek: herkenning is er zeer zeker, maar ook veel tips, zoals: niet meer zorg in je huis toelaten dan nodig, want thuis wordt steeds minder thuis door al die hulpstukken en vreemde mensen. Of als mantelzorger en zorgvrager ervoor kiezen om niet met z’n tweetjes op vakantie te gaan, maar bijvoorbeeld met vrienden: je deelt dan samen de zorgtaken en de mantelzorger heeft dan ook meer vakantie. Het zijn waardevolle tips uit ervaringen van anderen.

De auteur van het boek “Dat doe je gewoon” sluit haar boek krachtig af met een metafoor die gebruikt wordt bij een assertiviteitstraining waarin mensen leren om voor zichzelf op te komen. Deze metafoor wil ik u niet onthouden, want hij past fraai bij mantelzorgers, aldus Cornelie van Well. En hij past bij mij.

Ik citeer: “U bent waarschijnlijk bekend met de voorlichting die men krijgt in het vliegtuig voor het geval er iets gebeurt. De stewardess vertelt dat het voor ouders met jonge kinderen belangrijk is om te weten dat ze eerst zelf het zuurstofmasker moeten opzetten en zich daarna pas moeten ontfermen over hun kind. De kans dat de ouder in ademnood raakt en daarmee het kind niet meer kan helpen is levensgroot aanwezig.

Het zuurstofmasker is een metafoor voor het gegeven dat jezelf wegcijferen vaak een averechts effect heeft. Dat je eerst voor jezelf zorgt en pas daarna voor degene die afhankelijk van je is, druist in tegen alle gevoelens van een ouder, maar ook van een mantelzorger. De moraal is: wie goed voor de ander wil zorgen  moet eerst goed voor zichzelf zorgen” Einde citaat.

Toen mijn man ruim 2,5 jaar geleden door een ongeval in huis gedeeltelijk verlamd raakte, had hij gelijk (en terecht) de hoofdrol thuis. Toch was er ook regelmatig wel een arm om me heen van een lieve vriendin of familielid. En werd ook regelmatig aan mij gevraagd: “Hoe gaat het dan met jou? En jij moet ook ontspannen, dat weet je toch wel?

Jaja, dat weet ik ook wel. Maar ik moet zoveel: zorgen voor mijn man, een fulltime baan doen, het huishouden alleen voor je rekening nemen, de belastingformulieren en de bankzaken, de zorg voor een 83jr schoonmoeder die nog zelfstandig woont, coördinatie en regie m.b.t. alle zorg en de zorgmensen van mijn man, de bureaucratie rondom PGB, WMO enz. En natuurlijk wil ik wel ontspannen, maar dat komt dan ook weer bij al die 'moetendingen'.

Daar komt nog bij dat ons gezamenlijk sociale leven dat we tot het ongeval hadden er niet meer is. En dat heb ik lange tijd erg moeilijk gevonden: ergens alleen naar toe, waar ik voorheen met mijn man samen aan deelnam. Dat kon ik niet.

Toch deed die metafoor me beseffen dat ik inderdaad onvoldoende voor mezelf zorgde. Altijd en alleen voor anderen er zijn, dat lukt niemand, ook mij niet.  Ik ben op zoek gegaan naar mijn eigen ontspanning en heb gekozen om niet de dingen te doen die we vroeger samen deden. Dat was te emotioneel voor me, zeker in het begin. Ook niet kijken wat een regionaal steunpunt-mantelzorg in de aanbieding heeft. Ik koos mijn eigen weg en maakte voorzichtig een eerste afspraak met een vriendin. Een uurtje van huis en bij haar koffiedrinken. Deze uurtjes werden een avond en groeiden naar wekelijkse avondjes, soms was het een lunchafspraak met een (ex-)collega, soms een terrasje of een etentje met een lieve vriendin of de bioscoop met vriendinnen. Allerlei dingen doen die ik leuk vind en die ook goed met de thuissituatie te combineren zijn. Ik koester al deze "zorgvoormijzelfavondjes" met Sabine, Tiny, Annie, Sandra, Miriam, Rob, Paula, Gusta, Petra, Nathalie, Marleen, Ria, Marie-Jose, Yvonne, Arno, Janine, Marise, Lily, Riet, Bellona, Carla en Anita en wie ik nu even vergeten ben.

Het blijft een boel geregel: Ik kan niet eerder dan om half acht van huis; mijn man kan niet zonder hulp naar bed en soms betekent dit dat het middagrustuurtje verschuift of dat hij al voor half acht ’s avonds in bed ligt. Mijn man stimuleert me om deze avondjes te blijven doen: jij hebt je ontspanning zo nodig, zegt hij. En dat voelt goed: ik ga sinds enige tijd zonder schuldgevoel één avondje per week de deur uit. En zorg op deze manier voor mijzelf: op twitter lezen mijn volgers regelmatig over mijn "zorgvoormijzelfavondjes". Ik plan deze avondjes bewust: staat er in een week niets in mijn agenda, dan bel ik een vriendin en spreek af.

Veel mantelzorgers raken geïsoleerd, de sociale contacten worden minder en thuis praat je vaak alleen over pillen en pijn. Ik praat, klets en lach die ene avond in de week over de dingen die mij raken en luister naar het verhaal van de ander. En natuurlijk als mijn echtgenoot zich minder goed voelt, dan ga ik minder gerust van huis. Maar ik ga zo veel als mogelijk die ene avond in de week, want mijn wekelijks "zorgvoormijzelfavondje" is mijn zuurstofmasker en houdt me draaiende.

 

Marjo Brouns-Backhuis.
Eén van de verhalen van haar site: : www.marjobrouns.wordpress.com.