WENNEN OP DE VERPLEEGAFDELING

Het valt niet mee om te wennen aan het leven op de verpleegafdeling. Mijn moeder wordt elke ochtend wakker in een voor haar volkomen vreemde omgeving. “Waar ben ik hier? Waarom ben ik hier?”

Net als zoveel andere dementerenden wil ze onmiddellijk naar huis. “Wat moet ik hier in dat grote huis met die lange gangen? Hier wil ik niet wonen!” Ze zegt het keer op keer, pakt dan haar tas in en komt tot de ontdekking dat ze niet weg kan. Als wij kinderen weer naar onze eigen levens teruggaan, wil ze mee en vaak moeten we haar ontredderd achterlaten.

Ook ik moet ontzettend wennen. In alle jaren waarin ik voor mijn moeder zorgde, hebben we onze eigen rituelen opgebouwd, met een vaste dagindeling, activiteiten en bezigheden. In het begin denk ik nog dat we veel activiteiten uit ons eigen schema gewoon kunnen blijven doen. Niets blijkt minder waar. Er is geen wasmachine op de afdeling, zelf strijken van de was blijkt al snel onhaalbaar. Het keukentje is te klein om er te koken en koken in de keuken van de afdeling stuit op enorm verzet van mijn moeder.

Mijn vraag om op vrijdagochtend te poetsen in het appartement van mijn moeder - het vaste schoonmaakmoment sinds jaren - kan niet gehonoreerd worden. Voor het schoonmaken is een bedrijf verantwoordelijk. Het zou zo fijn zijn, een beetje doorleven in het bekende ritme. Mijn moeder vindt het heerlijk, huishoudelijk geredder om haar heen. Een stofdoek in haar handen geeft haar het gevoel nuttig bezig te zijn en met een kopje koffie tussendoor kan de ochtend niet meer stuk. Onmogelijk blijkt het.

Activiteiten worden op de afdeling vooral groepsgewijs vormgegeven. Er is nauwelijks of geen tijd om individuele wensen te honoreren. Als mijn moeder één keer in de week wil zwemmen, kost dat zo’n € 40,-. Ze moet dan met een wildvreemde mee in een taxi naar een zwembad dat ze niet kent. Zo gaat de ene na de andere verwachting van mij in rook op. We moeten samen wennen aan een volstrekt nieuw regime, dat mijn moeder vaak terugbrengt in de tijd waarin zij als kind in een weeshuis moest doorbrengen.

We hebben er veel tijd voor nodig. Gelukkig kan ik wel elke dinsdag bij mijn moeder blijven slapen, dus onze rituelen van de dinsdagavond en van de woensdagochtend houden we vast. Dat neemt niet weg dat ik sámen met mijn moeder moet hospitaliseren op de verpleegafdeling. En hoewel de verzorgenden hun uiterste best doen, verwaaien veel goede bedoelingen in een systeem dat sterker is dan de beleidsnota’s en principes van vraaggerichte zorg. Het lijkt nog verdacht veel op het verpleeghuis van vroeger.

José Franssen.

Ook gepubliceerd in: Zorgbelang, Gezond lijfblad voor alle Limburgers, nummer 3, 2010

José Franssen heeft een interessante website,   waarin zij o.a. haar columns heeft opgenomen. Eén van de verhalen daarvan hebben wij van haar mogen plaatsen.