Mantelzorg:  gegeven en misbruikt.

Toch nog maar weer even mijn gevoelens over de "Mantelzorghype" op papier gezet.
Aanleiding daarvoor is natuurlijk de gang van zaken bij de zorginstelling Viersprong in Gouda. Maar vervolgens ook de talrijke commentaren daarop, bijv. in LinkedIn Mantelzorg Nederland.
Eerst dit: Mantelzorg wordt vrijwel altijd gegeven vanuit het hart. Je houdt van je partner, kind, ouder, die langdurige zorg nodig heeft, dus geef je die zorg als dat kan. En ook vaak als het soms niet zo gemakkelijk kan. Die (zieken)zorg is al heel oud. Bij lezingen daarover zei ik wel eens: "Waarschijnlijk was Eva de eerste mantelzorger voor misschien Adam of één van haar kinderen.
In de middeleeuwen, en later, bestond in onze contreien de zgn. 'Naoberhulp'. Een vorm van onderlinge hulpverzekering binnen een gemeenschap, waarvan de ziekenzorg onderdeel was.  Die naober(buren)hulp was van oorsprong niet vrijblijvend. Er bestonden strenge regels. En wie zich er aan onttrok, kon zelf hulp in nood wel vergeten.

In de tweede helft van de 20e eeuw ('70er jaren) kreeg de verzorging van invalide, chronisch zieke of gehandicapte gezins- of familieleden de benaming: "Mantelzorg" (zorg die als een warme mantel om de schouders van de zorgvrager werd gelegd) . Maar ook die was niet altijd vrijwillig.
Vaak kon de 'overgebleven' dochter binnen het gezin mooi gaan zorgen voor de inwonende opa of opoe, of het gehandicapte broertje of zusje. Er werd niet gevraagd of zij dat wilde. Je bent een vrouw dus kun je verzorgen. Wat je noemt 'thuiszorg'. Betaling: de kost en inwoning. Als vader en moeder overleden waren bleef die dochter als vanzelfsprekend zorgen voor de andere gezins- en inwonende familieleden.
Deze situatie deed zich op het Nederlandse platteland voor tot halverwege de 20e eeuw. Zie hiervoor o.a. het waar gebeurde verhaal over "Hoekie Negentig" in onze webkrant. Het waren eind vorige eeuw met name de huisvrouwenverenigingen en de landelijke LOT, later Mezzo, die het startsein gaven voor de oprichting van de eerste mantelzorgcontactpunten. Lotgenotencontact en voorlichting waren de belangrijkste doelen voor de deelnemers, met daarnaast het herkennen, erkennen, waarderen en belangenbehartigen t.a.v. de maatschappij.
Maar ook toen was 'mantelzorg' niet altijd vrijwillig.

In 2002 werd in Drenthe een contactavond voor mantelzorgers georganiseerd met als voorlichtingsonderwerp: "Mantelzorgmishandeling"! Het was moeilijk om een deskundige spreker te krijgen, maar dat lukte uiteindelijk toch. Net als bij 'ouderenmishandeling' rustte er ook op mantelzorgmishandeling toen in feite een taboe. Mishandeling door en van mantelzorgers, daar werd nooit over gepraat. Maar  fysieke, psychische, financiële en/of seksuele mishandeling bleek (en blijkt) wel degelijk voor te komen. Voorbeelden? : "Als jij niet voor mij, jouw oude, gebrekkige vader, zorgt, kun je de erfenis wel vergeten!" Of: "Ik krijg zo'n hekel aan die ouwe vieze man met z'n eeuwige gezeur en gekwijl, dat ik de medicijnen maar eens keertje buiten zijn bereik klaar zet"!  Of: Dochter is met haar gezinnetje bij de zieke moeder ingetrokken. Dan kan ze gemakkelijker voor moeder zorgen en dan hebben haar broer en zus het nakijken als later het aan de zorgzus geschonken huis aan hun neus voorbij gaat. Nog één voorbeeld: Eén broer (getrouwd, drie grote kinderen met volgens zeggen een drukke baan) woont 30 km van oude, lichtdementerende alleen wonende moeder. Twee zussen, één getrouwd, twee opgroeiende kinderen, heeft samen met echtgenoot een redelijk lopend cafetaria, woont 18 km van oma vandaan. Eén zus, ook twee opgroeiende kinderen, gescheiden sinds acht jaar, drukke baan in de thuiszorg en nachtverpleging, woont ook 30 km. van oma vandaan. Waarschijnlijk kunt u wel raden wie volgens de broer en één van de zussen de zorg voor oma maar op zich moest nemen.

Bij het allergrootste deel van de gegeven mantelzorg is het bovenstaande trieste gedeelte absoluut niet van toepassing.  Mantelzorg komt vanuit het hart. Het wordt gegeven, ook als het minder gemakkelijk gaat, of als je er financieel iets mee inschiet. Je krijgt er heel veel liefde en waardering voor terug. Je wilt niet anders. Ook niet als de verzorgde moet worden opgenomen omdat de mantelzorg thuis niet meer gegeven kán worden.
Mantelzorg in instellingen heeft nogal eens vaak voeten in de aarde gehad. De samenwerking mét, en de erkenning en waardering van de mantelzorger dóór directie en professionele medewerkers van de instelling liet nog al eens te wensen over. Daar wordt nu gelukkig steeds meer aan gedaan met echt wel positieve resultaten. Daardoor ook krijg je steeds gunstiger berichten over gelukkiger cliënten, meewerkende eigen mantelzorgers en tevredener personeel. Maar om dat gegeven nu te gebruiken als bewijs dat mantelzorg best wel verlangd kan worden bij opname ?? Nee, dat gaat me even te ver. Dat riekt zelfs een beetje naar die verplichte vrijwilligheid van vroeger en nu, waarvan hierboven enkele van de vele voorbeelden werden beschreven.

Wim Klein (DCMN)