Hebben we teveel voorlichting gegeven?

Mantelzorg bestaat al sinds de eerste mensen zich begonnen te ontwikkelen tot sociaal levende personen. De stam, de familie of het gezin nam (soms) de zorg op zich van het chronisch zieke, gehandicapte of door ouderdom zorgbehoevende familielid. Ook in de vormen van 'naoberhulp' kwam zorg-aan-huis voor.
Vanaf de middeleeuwen werden de eerste vormen van verpleeginrichtingen gevormd, waar de ernstig gehandicapten en ook de chronisch zieken uit de rijkere families onderdak konden vinden. Kloosters en dolhuizen waren de aangewezen plaatsen daarvoor.
Ziekenhuizen zijn van nog weer latere datum, evenals de opvang van oude bewoners van dorp en stad. Tegelijk daarmee ontstonden verpleeginrichtingen voor langdurig zorgvragenden.
De thuisverzorging werd moeilijker door o.a. wijzigingen in bevolkingssituaties. De trek naar de steden veroorzaakte bouwvormen van huizen waarin geen plaats  meer was voor een chronisch ziek gezinslid. Families bleven niet meer bij elkaar in de buurt wonen en gezinnen werden kleiner. De zorg werd steeds meer in handen van de 'professionals' gelegd. Thuis- en zelfzorg kwam steeds minder voor.
Eén van de warme pleitbezorgers van het terug in balans brengen van professionele zorg met zelfzorg en zorg voor en door anderen was prof. dr. Johannes Hattinga-Verschure (1914-2006). Hij vond dat mensen te veel gingen vertrouwen en leunen op professionele zorg en zich steeds minder zijn gaan richten op hun eigen aandeel en verantwoordelijkheid voor hun gezondheid. In 1972 gebruikte hij als eerste de term 'mantelzorg', : "De langdurige zorg die door een gezins- of familielid uit liefde en/of waardering om niet gegeven wordt en die als een 'warme mantel om de schouders' van de zorgvrager wordt gelegd".
In de jaren negentig startten een paar thuisverzorgers de Landelijke Organisatie Thuiszorgers (LOT). Mede door hen werden in het land organisaties opgericht door en voor mantelzorgers. Hun taak was het voorlichting geven over mantelzorg en aan mantelzorgers. Mantelzorg was namelijk vrijwel onbekend en voor mantelzorgers was ook veelal niets geregeld.
In 2005 ging LOT over in Mezzo waarna ook een uitgebreide belangenbehartiging voor mantelzorgers werd verzorgd. Ook de zorgvrijwilligers vonden onderdak bij Mezzo.
Mantelzorg was vanaf ± 2010 geen onbekende factor meer binnen De Zorg. Ook op het Ministerie van VWS begreep men de waarde van de mantelzorg. Vooral de miljarden-besparing dankzij de thuisverzorging van chronisch zieken en gehandicapten, alsmede de verzorging van de oude, vaak hulpvragende (schoon-)ouders was een belangrijke factor geworden bij de inmiddels noodzakelijke bezuinigingen in De Zorg. Verpleeghuizen moesten dicht, thuiszorgorganisaties moesten personeel ontslaan, scholen voor speciaal onderwijs werden gekortwiekt, de vergrijzing begint merkbaar te worden en thuis blijven wonen voor ouderen en verzorgden wordt noodzakelijk. De mantelzorgers moesten dus nog een stapje harder gaan lopen. Maar tegelijkertijd wilde De Overheid ook dat er meer vrouwen de arbeidsmarkt zouden opgaan. De meeste mantelzorgers zijn vrouw.
Omdat de Overheid mantelzorg heeft ontdekt en belangrijk is gaan vinden, werden ondersteuningsvormen voor hen georganiseerd. Naast Mezzo kwamen veel andere grote, kleine en heel kleine organisaties die de mantelzorger moeten gaan begeleiden en hen ondersteunen. Dat kost wel veel geld, maar de mantelzorg levert veel bezuiniging op. Rijks overheidsgeld voor informele zorg werd (weliswaar gekort) overgeheveld naar gemeenten. Zij zouden beter weten wie de mantelzorgers zijn en wat zij nodig hebben. De praktijk wijst helaas vaak anders uit.
Mantelzorg is dus na 2010 algemeen bekend geworden, maar of de ruim anderhalf miljoen mantelzorgers daar nou zo blij mee moeten zijn, is de vraag. Misschien zou het helpen als de geweldige pot met geld die nu besteed wordt aan ondersteuningsorganisaties, begeleiders, voorlichters en deskundigen t.a.v. de mantelzorg, ook een beetje gebruikt zou worden voor mantelzorgers zelf.
Wanneer een mantelzorger door het geven van (zware) thuisverzorging geen promotie op haar/zijn werk buitenshuis kan krijgen en zelfs minder moet gaan werken, overwerkt raakt en extra kosten moet gaan maken door het ontbreken van hulp in de huishouding, dan zou een financiële handreiking van de Overheid niet meer dan billijk zijn.
Er wordt nu veel geld verdiend rondom de mantelzorg, maar er zijn ook al 300 duizend overwerkte en afgeknapte mantelzorgers. En dat worden er ieder jaar meer. Ze worden tegenwoordig trouwens niet alleen doodmoe van de zorg voor hun gehandicapte of chronisch zieke familie-/gezinslid naast hun andere bezigheden, maar ook van al die regels en voorschriften, organisaties en ambtelijke werkvormen die ze als mantelzorger tegenwoordig tegenkomen.
En dan praten we nog niet eens over al die handige vaak goedbedoelde, jongens en meisjes die ook de mantelzorg ontdekt hebben en nu op de arbeidsmarkt komen met een bedrijf(je) dat gespreksronden en bijeenkomsten aanbiedt waar mantelzorgers zich verder kunnen ontwikkelen in hun zorgtaak; als ze dat al nodig zouden hebben en alsof ze daar ook nog tijd en geld voor zouden hebben.

Wim Klein.