15 juni: Wereldwijde aandacht voor ouderenmishandeling.
01 januari tot 31 december aandacht voor mishandeling binnen de mantelzorg.

Ouderenmishandeling is een afschuwelijk gegeven. Vooral, wanneer die mishandeling ingegeven is door hebzucht, sadisme of een andere walgelijke eigenschap van de dader.
Het slachtoffer is oud, meestal weerloos, afhankelijk. De mishandeling kan fysiek, psychisch, seksueel of financieel zijn. Of een combi daarvan.
Ook kan de oorzaak van mishandeling een (onbeheerste) vorm van onmacht zijn van de dader. Het geduld verliezen. Niet alleen kinderen die steeds maar zitten te knoeien met eten kunnen soms een draai om hun oren verwachten. Ook ouderen.
Daders zijn te vinden binnen de familiekring, bij de vrijwilligers en/of bij de professionals in de ouderenzorg. Om verschillende redenen rust er nog steeds een groot taboe op deze vorm van, soms misdadig, gedrag.
Op 15 juni is sinds 2006 de “Wereldbezinningsdag Ouderenmishandeling”. In opdracht van het Ministerie van VWS is door Vilans<,Movisie en het Landelijk Platform Bestrijding Ouderenmishandeling(LPBO) o.a. de nieuwsbrief “ Stop ouderenmishandeling” samengesteld. Over de hele wereld wordt aandacht besteed aan ouderenmishandeling (www.inpea.net).

Een dubbel groot taboe rust op de mishandeling binnen de mantelzorg. Daar zijn de eventuele slachtoffers niet alleen ouderen, maar patiënten in alle leeftijdscategorieën. En vrijwel altijd gezins- of familieleden waar je als mantelzorger de verantwoording hebt opgepakt. Waar niet zo gauw aan gedacht wordt, daar kan ook de mantelzorger slachtoffer zijn van één van de genoemde vormen van mishandeling. De wandelstok of de krukken van opa kunnen uitstekende slagwapens zijn, of het dreigen met onterven bij onvoldoende zorg naar de zin van moeder zijn slechts een paar van de vele mogelijkheden.
Als in een mantelzorgsituatie mishandeling door de mantelzorger plaatsvindt, is dat in heel veel van de gevallen veroorzaakt door onmacht. Doordat de zorg te zwaar geworden is. “Het loopt me over de schoenen!”, of, “Ik kon er niet meer tegen, kón het niet meer!” krijgt de huisarts of de mantelzorgconsulent dan te horen. Tenminste, áls het verteld wordt.
Omdat mantelzorg vrijwel altijd familiezorg is, wordt er nog meer over gezwegen dan in de reguliere ouderenzorg. Je gaat niet vertellen, dat je je oude vader uit pure wanhoop een klap (of erger) hebt gegeven, omdat hij zo ontzettend incontinent is geworden, op de ongelukkigste momenten. “Het lijkt wel of íe het er om doet!”
En dat je echtgenote in de jaren na dat hevige herseninfarct veranderd is van jouw lieve en begrijpende maatje in dat (sorry voor het woord) ‘kreng’, die je constant het bloed onder de nagels vandaan haalt, is niet alleen onbegrijpelijk maar op den duur ook onverdraagbaar.

Als de mantelzorger in een dergelijke situatie ook nog eens in een andere valkuil van de mantelzorg is gevallen: ‘in een isolement is geraakt’, dan kan de situatie ongemerkt en voor de buitenwereld onbegrepen desastreus aflopen. Tot verbijstering van de familie en kennissenkring sloeg een paar jaar geleden in Assen een oude mantelzorger van in de tachtig, zijn bijna even oude echtgenote (cva-patiënte) na negen jaar liefdevolle, intensieve mantelzorg in doffe zwarte wanhopige drift dood met de stofzuigerstang. Na vijftig jaar huwelijk, waarvan de eerste veertig heel gelukkig waren geweest.
Niemand had dat zien aankomen. Als er al eens iemand op bezoek kwam en er werd aan hem gevraagd hoe het met hém ging, was het antwoord altijd:  “goed” of “Niet slecht, hoor!” En dat is zo lekker gemakkelijk om te geloven. De bezoeker (dus ook de huisarts) die niet dóórvraagt, hoeft dan niets meer aan te bieden.
Ook in de mantelzorg wordt aandacht en begrip gevraagd van de familie- en kennissenkring, de mantelzorgconsulente en de mantelzorgmakelaar, van de thuiszorg en de huisarts, voor deze ó zo moeilijke vorm van ontsporing. Bij vermoeden of constatering zullen er maatregelen genomen moeten worden. Dat kan heel moeilijk zijn, maar het moet toch. Er zijn deskundigen die weten hoe te handelen.
En wanneer de mishandeling misdadig van oorsprong is, dan zullen politie en justitie ingeschakeld moeten worden. In de mantelzorg, waar de verzorgde meestal steeds meer zorg gaat vragen, steeds afhankelijker wordt, is misdadige mishandeling steeds gemakkelijker en wordt, verklaard vanuit drogredenen haast vanzelfsprekend voor de dader.

Praat er eens over in de familiekring. Laat het eens een gespreksthema zijn op een lotgenotencontactdag. Maar zorg dan wel voor een deskundige, die kan helpen bij het loskomen van emoties. En als het je zou opluchten kun je het ook (anoniem) in de webkrant aankaarten.