Heel moeilijk.

 

Verwarring bij één van de moeilijkste vormen van mantelzorg.

Er zijn min of meer gemakkelijke, en ook bijzonder zware vormen van mantelzorg.
Eén van de moeilijkste vormen is waarschijnlijk wel de zorg voor een naaste met psychische problemen.
 De sóórt van mantelzorg wordt bepaald door de zorg  die gevraagd wordt.
Opsomming van een aantal soorten mantelzorgers, heel in het algemeen:
jonge mantelzorgers, werkende mantelzorgers, oude / gepensioneerde mantelzorgers.
Mantelzorgers voor hun kind, voor hun partner, vriend(in), of voor hun ouder(ers).

Ook kan onderscheid gemaakt worden naar de sóórt zorg die gevraagd wordt. Zo is er verschil in zorgvorm voor iemand die door een hersenbloeding verlamd is geraakt en voor een oude vader / moeder die wat extra aandacht nodig heeft en waar een handje geholpen moet worden in het huishouden.
Bij de mantelzorg voor een gezins- /familielid die door lymfeklierkanker getroffen is of voor iemand die blind (geworden) is zal de totale tijdsduur verschillend kunnen zijn.
Mantelzorg in zeer intensieve vorm (24 x 7 x 52) bij een bedlegerig gezinslid is anders dan de zorg  voor een familielid, waar 1 x per dag een uurtje gezorgd moet worden.
De mantelzorg voor een naaste met een (ernstige) psychische stoornis kan tot de zwaarste categorie gerekend worden.
Waarom?
 
Je kunt beter een gebroken been hebben, dan dat je een psychisch probleem hebt. Wanneer je motorisch gehandicapt bent, heeft de buitenwereld meestal begrip en medelijden. Met de patiënt en met de mantelzorger. Maar bij de verzorging van een psychiatrisch patiënt vraagt men zich nog al eens af, of die verstrekte zorg eigenlijk wel nodig is. Diezelfde buitenwereld ziet de patiënt meestal alleen in de "goeie" ogenblikken. En dan 'moet je zo vaak iets uitleggen'!
Daar komt bij, dat op alles wat met psychiatrie te maken heeft, heel vaak een groot taboe rust.

Een ander probleem is de houding van professionals binnen en buiten de instellingen.
Margriet Paalvast van het Landelijk Platform GGZ stelde na een onderzoek:
"Familie en sociale omgeving van psychiatrisch patiënten worden nauwelijks betrokken bij de hulp. Ook bij ambulante psychiatrische behandelingen thuis." En ondanks dat de zorg goedkoper wordt wanneer de omgeving betrokken wordt bij de verzorging, wordt in 80 % van de gevallen geen of minimale informatie gegeven aan de familie. Gevolgen daarvan zijn, dat die naasten geïsoleerd komen te staan en soms zelf in de GGZ terecht komen. Meer dan de helft van 291 geënquêteerde mantelzorgers kreeg geen informatie over diagnose of behandeling van de cliënt, zelfs niet bij ambulante hulp thuis.

Toch komen er 'uit de provincie' ook regelmatig geluiden over voorlichtingsbijeen-komsten over hoe als mantelzorger met een naaste met psychische problemen om te gaan. Ook het zorgen voor jezelf en het reageren op de buitenwacht komt daarbij aan de orde. Over het algemeen worden die bijeenkomsten als prettig en duidelijk ervaren.
Zou er nou zo'n groot verschil in houding van de professionals bestaan bij die algemene voorlichtingen en bij de persoonlijke benadering en voorlichting?
Margriet Paalvast ziet ook nog al eens de toch echt achterhaalde visie uit de jaren-zeventig, dat familie vaak als oorzaak van de psychiatrische problemen wordt gezien.
Nu er steeds meer gewezen wordt op de noodzaak om de cliënt thuis te verplegen, moet de betrokkenheid en voorlichting toch echt wel zo optimaal mogelijk worden.
Wordt het dan geen tijd, dat de voorlichting aan die professionals ook eens een stuk verbeterd en opgevoerd wordt? Als bijscholing, maar ook al tijdens de opleiding.

Wim Klein.