De directeur van de zorgorganisatie De Vierstroom in Gouda heeft de knuppel in het hoenderhok gegooid: "Bij twee verpleeghuizen van die organisatie gaan familieleden min of meer verplicht meehelpen bij de verzorging". In de inrichtingen in Vlist en Bergambacht worden dementiepatiënten verzorgd. Weigert de familie te helpen, dan kan advies om maar een andere inrichting voor de zorgvrager te zoeken, worden overwogen.
Moed kan directeur V.d.Oever niet ontzegd worden, want hij wist heel goed welke discussie hij losmaakt met zijn aankondiging en welke commentaren hij over zich heen zal krijgen. Maar ter ondersteuning van hem kan gesteld worden dat het wel goed is, als  die discussie nu gevoerd gaat worden.

Dat er discussie op diverse niveaus gevoerd kan gaan worden, blijkt wel uit de eerste reacties. Het bericht was nog maar net bekend of er verschenen al mededelingen en commentaren in vakbladen zoals van 'Zorg en Welzijn' en in de dagbladen. Ook 'Nieuwsuur' op TV bleef niet achter. Daar werd een debatje  georganiseerd tussen enerzijds de heer V.d.Oever en anderzijds mevr. Verheggen van Mezzo.
De kernpunten van het probleem kwamen redelijk goed naar voren.
 - De verpleegorganisatie heeft te weinig mogelijkheden om cliënten naast de noodzakelijke zorg ook nog aanvullende zorg te kunnen geven. Dus moeten (mantelzorgende) familieleden inspringen.
 - Familieleden die mantelzorg verstrekken voelen al de morele verplichting om thuis of in een inrichting zorg te verlenen aan hun zorgvragers. Familieleden die dat niet doen, zijn geen mantelzorgers.

Dhr. V.d.Oever gaf niet aan hoe het komt, dat hij nu met zijn budget niet rond komt. Ook werd niet genoemd, dat in de toekomst niet alleen het aantal dementiepatiënten ( en ook andere oudere zorgvragers) geweldig zal toenemen, maar ook dat de vergrijzingsproblematieken binnen De Zorgteams voor veel vacatures zullen gaan zorgen. Met alle gevolgen van dien.
De houding van de Overheid bij deze knelpunten kwam niet aan de orde. Evenals haar benadering van de mantelzorg.
Mevr. Verheggen, programmamanager bij Mezzo, gaf aan dat mantelzorgers vanuit hun morele en persoonlijke overwegingen al heel veel hulp verstrekken. Ook binnen inrichtingen  en dus niet verplicht hoeven te worden.  Ook kon ze wat cijfermateriaal van onderzoeken hierover aanreiken. Maar op wat voor manier Mezzo bij de instellingen en bij de Overheid deze aangevoerde verplichtingsproblematiek gaat aanpakken kwam niet uit de verf. Het debatje was te kort om goed 'de diepte in te kunnen gaan'.

Het laatste woord over deze verplichte vorm van 'zorgvrijwilliger zijn'  is vast nog niet gesproken. Wie weet, heeft Jeroen van den Oever met zijn bericht er voor gezorgd dat niet alleen een knuppel in het hoenderhok terecht kwam, maar ook dat de 'beer nu los is' bij het discussiepunten over de plichten en de rechten van mantelzorgers, de  politieke stellingnames, de maatschappelijke situaties en de financiële konsekwenties .
Misschien is die beer nog met vakantie, maar laten we hopen op een voor mantelzorgers en verzorgden positieve uitslag bij de verwerking van dit immense probleem.

Wim Klein