Er is een zorgakkoord gesloten. Er is tegen geprotesteerd en er zijn wijzigingen aangekondigd. Nu weten we (een beetje) waar we aan toe zijn in o.a. de langdurige zorg. Er blijft een mogelijkheid van opname in zorginstellingen en thuiszorg als de ZZP maar zwaar genoeg is. En er wordt gewerkt en gewijzigd aan overheveling van AWBZ naar de gemeentelijke WMO. De personele (bezettings)factor stemt in sommige kringen tot tevredenheid. En ook de PGB-regeling blijft, zij het stringenter toegepast, bestaan.

En de mantelzorgers? Er is voldoende duidelijkheid gekomen over de noodzaak om mantelzorgers te ondersteunen, zodat ze de patiënt langer thuis kunnen houden. En dat is wat de minister wil. Vooral bij dementerende zorgvragers wordt het nodige uit de kast gehaald t.b.v. de mantelzorgers. Er komen zelfs hulpprogramma's om te leren omgaan met probleemgedrag bij (jong-)dementerenden. De overheid weet maar al te goed, dat in de toekomst in de voornamelijk ouderen-zorg de dementie één van de grootste zorgvragen zal gaan veroorzaken. In 2015/18 zijn in Nederland ± 300.000 mensen dementerend. In verpleeghuizen is dan plaats voor ± 29.000 patiënten. En dan praten we nog maar niet over al die andere soorten jonge, oudere en oude zorgvragers waarbij één of meer mantelzorgers hun zorg (thuis) geven.

Nog niet zo lang geleden was de mantelzorg een vanzelfsprekende als ook niet algemeen bekende vorm van zorg. Van lichte tot zeer zware zorg. Tegenwoordig is dat wel eventjes anders. Mantelzorg is een bekend begrip geworden. Zo bekend, dat er al heftige discussies worden gehouden over wanneer je iemand 'mantelzorger' mag noemen. En van overheidswege wordt steeds meer nadruk gelegd op verplichte mantel- en vrijwilligerszorg. Maar door de wijzigingen in de sociale samenstelling van gezinnen en families neemt de mogelijkheid om mantelzorg te geven af. Terwijl de ouderenzorg zich uitbreidt. De langdurige zorg zou volkomen in elkaar klappen, als alle mantelzorgers hun handen er van af zouden trekken. En de overheid weet dat. Vandaar het instellen van ik weet niet hoeveel commissies, organisaties en werkgroepen t.b.v. de "mantelzorgonder-steuning en/of -begeleiding". Dat heeft één groot voordeel: Een prima werkverschaffing. Een subsidie voor een mantelzorgondersteunende werkgroep is niet zo moeilijk te krijgen. En gelukkig voor die organisaties lijkt het aantal mantelzorgers met de dag te stijgen. Hier en daar wordt al over een getal van 3 miljoen of meer gesproken.

Onlangs hebben het CBS, de landelijke monitor van de GGD en het RIVM samen berekend hoeveel mantelzorgers er eigenlijk zijn. Zij komen op 1,5 miljoen, waarvan 220.000 zwaar belast. Het gekke is, dat de Staatssecretaris bij zijn informatie aan de 2e Kamer alweer een ander getal heeft staan: 2,6 miljoen. Dat scheelt meer dan 1 miljoen. Mezzo, de landelijke vereniging van mantelzorgers en zorgvrijwilligers, laat in de krant  (Trouw 26.4.'13)vermelden dat ze 4,3 mantelzorgers vertegenwoordigt. Wat is het nou?
Wat wel bekend is, is het feit dat de werkdruk op de mantelzorger duidelijk toeneemt.  Gelukkig zijn er ook heel bruikbare ideeën ontwikkeld om haar/hem te helpen.

In het dagblad Trouw stond in een weekend-bijlage (20.04.13) een interview met de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer. Hij gaf een pakkende beschouwing over de wet- en regelgeving. Het deel dat mij het meeste aansprak in dat interview waren zijn woorden:
"Vraag aan mensen of ze bereid zijn iemand naast hen te helpen, en het antwoord is -Ja, als de overheid zich er maar niet mee bemoeit.-  Neem het mantelzorgcompliment. Als iemand een ander helpt, kun je daarvoor een mantelzorgcompliment van 200 euro aanvragen. Het zal goed bedoeld zijn, maar ik vind het verschrikkelijk. Het is inmiddels een hele regeling geworden, met een uitvoeringsinstantie, geschillen-, beroepsmogelijk-heden, noem maar op. Zo wordt naastenliefde gejuridiseerd. Dat is gewoon niet wijs."
Ook zei Brenninkmeijer in het interview: "In Den Haag hebben ze gezegd: wij hebben een probleem, de gemeenten lossen het maar op. Het is gewoon over de muur gegooid. En we hebben eerder kunnen zien wat voor perverse effecten dat kan hebben, bij de wet maatschappelijke ondersteuning. Gemeenten moesten met heel weinig geld ineens heel veel doen, kijk maar eens wat voor gevolgen dat heeft gehad voor de thuiszorg, het werd een race naar de bodem."

In zijn laatste brief over de langdurige zorg aan de 2e Kamer (25.4.'13) heeft Staatssecretaris Van Rijn gelukkig een aantal positieve wijzigingen aangebracht t.a.v. de veranderingen/bezuinigingen in de AWBZ , de WMO en de thuiszorgmogelijkheden.

Wim Klein