Harenkarspel geeft de burger een gezicht via ‘De Kanteling’.

‘Wat wil de cliënt? Hoe kunnen we de mantelzorger het beste helpen om zijn/haar zorgtaak te kunnen uitvoeren? Is de mantelzorger soms zelf ook zorgvrager? Wat is de vraag achter de vraag?’

Via de WMO moet de gemeente zorg en ondersteuning verlenen. Daar hapert nog steeds vaak iets aan. Dat beseft de VNG (Ver. Nederlandse Gemeenten) ook. Er is “De Kanteling” gekomen. Dat betekende grofweg gezegd: De gemeente gaat niet meer met kant en klaar bedachte maatregelen zitten wachten tot de cliënt zich meldt, maar de gemeente gaat naar de cliënt toe om samen uit te zoeken hoe de cliënt (dus ook de mantelzorger)zélf al een heleboel kan doen en op welke wijze er ondersteund kan of moet worden.
Ook in deze webkrant stond namens heel veel mantelzorgers al vaker : “Ga bij de mantelzorger aan de keukentafel zitten en bekijk wat er gevraagd wordt en wat er gedaan kan worden.”

Een verademing was dus het volgende bericht in de nieuwsbrief van de VNG:
Persoonlijk contact in plaats van louter administratieve afhandeling, achterhalen van de 'vraag achter de vraag', opbouwen van een vertrouwensrelatie: met de gekantelde aanpak van de Wmo krijgt de burger een gezicht.
Dat is de ervaring van Thea Elstgeest en Karin Hockx, Wmo-consulenten van de gemeente Harenkarspel. De VNG had een gesprek met beide consulenten.

Huisbezoeken
De consulenten voeren 10 á 15 gesprekken per week. Dat gebeurt bij de mensen thuis. De gesprekken doen een beroep op de creativiteit en het inlevingsvermogen van de consulenten.

Training
De consulenten wijzen meestal zelfstandig de voorzieningen toe.
Er is veel geïnvesteerd in training en bekendheid met de sociale kaart. Het feit dat consulenten zelf indiceren heeft veel geld bespaard.
Het achterhalen van de 'vraag achter de vraag' is het sterke punt van de gekantelde aanpak.

Meer informatie
Hieronder het volledige verslag van ons gesprek met
de Wmo-consulenten.
Harenkarspel geeft de burger een gezicht via De Kanteling(pdf)

Een heel ander geluid
Gelezen in nieuwsbrief Zorg en Welzijn van 18 april 2011

Gemeenten zijn van plan om de bezuinigingen van 200 miljoen euro op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor het grootste deel af te wentelen op de hulpbehoevenden. Dat blijkt uit een rondgang van advies- en onderzoeksbureau Doteye onder gemeenten.

Het meeste geld willen de gemeenten besparen door de eigen bijdrage te verhogen en voorzieningen te versoberen. Bijvoorbeeld door minder scootmobiels te verstrekken. Gemeenten zeggen meer gebruik te willen laten maken van busjes voor collectief vervoer,’ aldus een woordvoerder van adviesbureau Doteye.

Uitvoering
Het bureau ondervroeg 250 Wmo-beleidsmedewerkers en hoofden van sociale zaken van gemeenten over hun plannen met betrekking tot de uitvoering van de bezuinigingen. De bezuiniging van 200 miljoen euro en de daarbij horende maatregelen gelden voor de beleidsperiode 2012-
2016.

Mantelzorgers

Daaruit blijkt ook dat gemeenten meer beroep willen doen op de eigen verantwoordelijkheid van mensen die hulp nodig hebben. Mantelzorgers moeten vaker worden ingezet, bijvoorbeeld voor hulp in de huishouding of voor vervoer.

Aanbestedingen
Naast de bezuinigingen die rechtstreeks afgewenteld worden op de burger, kijken gemeenten ook waar ze in de uitvoering kunnen bezuinigen. Het personeel wordt bijvoorbeeld anders ingezet en er wordt kritischer naar aanbestedingen gekeken. Het effect is dat gemeenten verder op zoek gaan naar de goedkoopste optie. Dit beleid heeft de afgelopen jaren al ingrijpende gevolgen gehad voor thuiszorgwerkers en cliënten bij de inzet van de huishoudelijke hulp.

Maatschappelijke zorg
De Wet maatschappelijke ondersteuning is in 2007 ingevoerd. Onder de Wmo wordt door gemeenten de maatschappelijke zorg geregeld voor bijvoorbeeld zieken, chronische patiënten, gehandicapten en ouderen. De bedoeling is dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen in plaats van in een verzorgingsinstelling.