Iets wat altijd van kracht blijft:

 
“Wie uit liefde of persoonlijke betrokkenheid voor een ander zorgt, heeft behoefte aan emotionele steun. Begrip van vrienden en bekenden is dan erg belangrijk. Maar ook erkenning door professionele hulpverleners draagt bij aan het zelfrespect van mantelzorgers.”

“Belangrijk is het inzicht dat mantelzorgers de beste bondgenoot zijn van de mensen voor wie ze zorgen: als het met de een goed gaat, voelt de ander zich vaak ook beter. Bied dus niet alleen de zieke, maar ook de mantelzorger professionele of vrijwillige hulp als dat nodig is.”

“Mensen in de directe omgeving moeten weten dat mantelzorgers niet gauw anderen bij het hulpverleningsproces   betrekken. Omdat het lijkt op een brevet van onvermogen, zetten zij zo’n stap vaak pas als het echt niet meer gaat. Probeer daarom de grenzen van de mantelzorger in te schatten en let op de signalen van overbelasting.

“Mensen die uit persoonlijke betrokkenheid langere tijd voor een ander zorgen, moeten er af en toe tussenuit om het vol te kunnen houden. Dan moet het mogelijk zijn dat mantelzorgers terecht kunnen bij een vorm van tijdelijke hulpverlening en opvang zoals logeerhuizen en deelname aan een ontspanningsweekend of midweek.” We noemen dat tegenwoordig "respijt voor de mantelzorger.

( uit: de MEZZO-(vh LOT)brochure : “Sta eens stil bij de zorg voor een ander”)  

  

foto: Ate Groot.